Oorlog in Soedan woedt nu al 3 jaar: "Beelden van zieke en ondervoede kinderen laten je niet los"

woensdag, 15 april 2026 (07:21) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Drie jaar na het uitbreken van het conflict is Soedan verworden tot de grootste humanitaire crisis ter wereld. Wat begon als een machtsstrijd binnen het leger tussen generaal Abdel Fatah al‑Burhan en RSF-leider Mohamed Hamdan Dagalo (Hemedti) escaleerde snel: steden zijn belegerd, hulp tegengehouden en medische voorzieningen bezet. Artsen zonder Grenzen (MSF) in Soedan, geleid door Mohamed Ahmed, waarschuwt voor systematisch geweld tegen burgers, grootschalige mensenrechtenschendingen en een schrijnend tekort aan hulp.

De oorlog en haar effecten
- Schendingen: RSF en hun bondgenoten worden beschuldigd van seksueel geweld, ontvoeringen, plunderingen en massamoorden; ook regeringstroepen richten zich op journalisten, waardoor veel misstanden onzichtbaar blijven.
- Doden en verwoesting: Bij de val van Al‑Fashir vorig jaar vielen naar schatting 60.000 doden. Grote delen van Khartoem raakten in puin; de regering vluchtte aanvankelijk naar Port Sudan, maar heeft Khartoem inmiddels (gedeeltelijk) heroverd.
- Controlegebieden: Het regeringsleger houdt nu veel van het noorden en oosten; de RSF domineert vooral het zuidwesten, met name Darfoer en Kordofan. Conflictgerelateerde spanningen stromen door naar buurlanden en raken ook vluchtelingenkampen in Tsjaad.

Humanitaire gevolgen en belemmeringen
MSF worstelt met extreem moeilijke toegang tot slachtoffers: medewerkers krijgen geen of te weinig reistoelatingen, campagnes worden belemmerd en droneaanvallen zijn de laatste maanden sterk toegenomen. Medische posten en ziekenhuizen worden steeds vaker aangevallen; volgens Mohamed Ahmed zijn dit jaar al 205 medewerkers van Artsen zonder Grenzen gedood. Naast directe oorlogsslachtoffers groeit het risico op epidemieën zoals cholera en mazelen — niet omdat vaccins ontbreken, maar omdat ze de mensen niet kunnen bereiken.

Politieke en economische drijfveren
Het conflict wordt mede gevoed door buitenlandse belangen en handel in grondstoffen. Goudwinning speelt een belangrijke rol: mijnen zoals Jebel Amir (westelijk van Al‑Fashir) leveren winst aan gewapende actoren; ertsen worden via Tsjaad en Libië naar de Emiraten gesmokkeld en vinden ook hun weg naar kopers in de Centraal‑Afrikaanse Republiek, waar Russische actoren betrokken zijn. Tegelijkertijd spelen landen als Egypte een ambivalente rol: enerzijds betrokken bij vredesgesprekken, anderzijds deel van transactieroutes die baat hebben bij het voortduren van het conflict.

Oproep tot actie
Mohamed Ahmed luidt een wanhoopskreet: de internationale gemeenschap, en in het bijzonder Europa en de Verenigde Staten, moeten zich niet langer afzijdig houden. Met minder financiering voor noodhulp — onder meer doordat de VS hun steun versoberen — voelt MSF zich steeds meer alleen gelaten terwijl de verwachtingen toenemen. Ahmed benadrukt: wapens moeten zwijgen, hulpverleners moeten vrij toegang hebben, burgers moeten beschermd worden en aanvallen op medische zorg moeten stoppen. De beelden van zieke en ondervoede kinderen blijven hem achtervolgen; zonder aanzienlijke en directe hulp lijkt de situatie hopeloos.