Zo werden kinderen van NSB'ers 'heropgevoed': het onbekende verhaal van Bureau Bijzondere Jeugdzorg
In dit artikel:
In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog belandden duizenden kinderen van verdacht geachte collaborateurs in opvanghuizen van het Bureau Bijzondere Jeugdzorg (BBJ). Tussen 1945 en 1949 stonden in Nederland, onder meer in Gelderland, tientallen tehuizen; één daarvan was De Heidepol in Schaarsbergen. Terwijl ongeveer 120.000 volwassenen werden opgepakt wegens mogelijke collaboratie, werden zo’n 20.000 kinderen door BBJ ondergebracht bij pleeggezinnen of in instellingen. Het officiële doel was opvang en heropvoeding tot 'waardige Nederlanders', maar in de praktijk fungeerden veel huizen ook als plekken van straf en stigmatisering.
De omstandigheden in sommige instellingen waren miserabel: geen verwarming, geen stromend water, slechte brandveiligheid en besmettelijke ziekten zoals luizen en schurft. Uit archiefstukken en getuigenverklaringen blijkt dat kinderen daarnaast vaak werden vernederd, verwaarloosd, geslagen en seksueel misbruikt. Scherpe voorbeelden uit de vondsten van journalist Lisa Hukker: kinderen die gedwongen werden een mes in een stopcontact te steken en zo een schok kregen; een jongen die drie dagen zonder eten in een kelder werd opgesloten; slachtoffers van lichamelijk geweld en verhalen over baby’s die stierven nadat ze in een ijskoude badkamer werden opgesloten. In één verklaring beschrijft een meisje een inwendig onderzoek met een ijzeren staaf; later bleek haar baarmoeder ernstig beschadigd.
Lisa Hukker, Arnhemse journalist en kleindochter van een van de kinderen die een jaar in De Heidepol verbleef, dook in archieven omdat haar opa nooit over zijn ervaringen sprak. Ze maakte de podcast De kinderen van Bureau Bijzondere Jeugdzorg (Omroep West) om deze nauwelijks vertelde geschiedenis zichtbaar te maken. Volgens Hukker speelde er naast materiële tekortkoming ook morele kille: sommige medewerkers van BBJ werkten er uit financiële nood, anderen zouden hun wraakgevoelens op de kinderen hebben afgereageerd. Tegelijk gold maatschappelijke taboe: wie zich inzette voor 'kinderen van foute ouders' riskeerde sociale veroordeling.
Het aantal kinderen in BBJ-instellingen daalde snel zodra ouders vrijkwamen; in 1948 verbleven nog rond vijfhonderd kinderen in opvanghuizen. Hukker benadrukt dat het thema erfschuld niet uniek is voor de jaren na de oorlog: het blijven oordelen over kinderen vanwege de daden van hun ouders bestaat in verschillende tijden. Haar podcast beoogt erkenning voor de vergeten slachtoffers en doorbreking van het blijvende zwijgen en de schaamte binnen families.